Marcel Poorthuis
 
 

Navigatie

Startpagina

Agenda

Media-optredens

Onderzoek
- lopend
- afgerond

Publicaties
- wetenschappelijk
- populair & opinie
- boeken

Artikelenserie Beeldvorming joden onder katholieken in 20e eeuw

Columns

Lezingen

Contact

Drugspastor Ricus Dullaert

Pastor Ricus Dullaert is een rasverteller. Zijn tante Emma komt tot leven als hij vertelt: “ze had een flinke neus en enorme groene haviksogen”. Bij het kaarten schreeuwde ze luid en sloeg op de tafel. Bovendien dronk ze de nodige borrels. Een schilderachtig tafereel! Dit vertellerstalent komt goed van pas als het eigenlijke onderwerp van het fraai uitgevoerde boek: Tien jaar drugspastoraat in Amsterdam. Memoires van de eerste drugspastor (Uitgeverij de Graaff 2009), aan de orde komt.  Zijn studentenleven aan de Katholieke Theologische Hogeschool te Amsterdam, het bekende gebouw van De Bruynvis, legde er de basis voor.

Midden in de wereldstad Amsterdam, dan kan de studie theologie geen ivoren toren zijn. Een arts zei tegen de studenten: “als je God zoekt, ga het lijden dan niet uit de weg”. Dat is hem bijgebleven. De zusters Augustinessen in de Warmoesstraat boden de eerste stageplek voor Ricus: bij het koffiehuis voor thuisloze mannen op de Geldersekade. Dat je in hartje Amsterdam bent, begrijp je als je leest dat het pand door de zusters gehuurd is voor 1 gulden per jaar van Zwarte Joop, eigenaar van de sexclub Casa Rossa, die het werk van de zusters een warm hart toedroeg. Door de weeks kregen de thuislozen koffie en eten, zondag waren ze welkom in de kapel van de zusters. Soms dreigt een zekere romantiek bij de verhalen, maar tussen de regels door lees je dan de werkelijkheid: nooit je privé-adres geven, lastpakken niet binnen laten of met zachte hand verwijderen. Het kan dan zo zijn voordeel hebben als je twee meter bent! Onverwachte gesprekken ook in het koffiehuis, met een meneer die eruit zag alsof hij elk moment in huilen kon uitbarsten. Als 17 jarige jongen had hij in Dachau gezeten. Hij vertelde hoe pater Titus Brandsma daar diepe indruk op hem maakte, die hem troostte. Brandsma droeg illegaal de H. Mis op met een verroest blikje als kelk en broodkorsten als hosties.

Vermakelijk is hoe Ricus één keer de raad van zuster Kandelaar in de wind sloeg en zijn studentenkamer twee maanden verhuurde aan een keurig uitziende man met referenties. Toen Ricus terug kwam van vakantie stonde alle ramen wagenwijd open, de matras was met peuken gebrand en de inboedel weg. Een mooie klok kon Ricus op de hoek bij een antiquair terugkopen, voor inkoopsprijs, dat was fideel. Als de iconenhandelaar die Ricus ook is, kon hij de financiële schade snel via wat handel herstellen.

Het liedrepertoire in het koffiehuis was onveranderlijk het levenslied, zoals “Liever in Mokum zonder poen dan in Parijs met een miljoen”, en geestelijke liederen. En daarmee kom ik bij een eerste meer inhoudelijk aspect die tussen de verhalen door te lezen zijn: het geloof ligt hier werkelijk op straat. Is het omdat de mensen hier het niet meer nodig hebben om zich groter voor te doen dan ze zijn? Of omdat ze vaak met pijn en dood worden geconfronteerd, zodat vragen naar de zin van het leven zich opdringen? De aids-epidemie was en is een vast gegeven onder drugsverslaafden; het drugspastoraat heeft het dan ook als eerste prioriteit om die verwoestende ziekte te bestrijden. Een belangrijk hoofdstuk gaat over tien uitvaarten “die ik voor geen goud had willen missen”, aldus Ricus. Pijnlijk als de familie van een drugsverslaafde niet voor de begrafenis wil komen, maar weldadig hoe de directe omgeving zich wel meldt. Snoeiharde gospelrock afgewisseld met het Ave Verum. En dan valt me een tweede aspect op: Pastor Dullaert hanteert met royaal gebaar de rituelen die de kerk hem aanreikt, de bijbel gaat open en het processiekruis gaat aan de stoet vooraf. Geen sprake van dat een geseculariseerde omgeving dat niet op prijs zou stellen en evenmin is het een beletsel dat de overledene van huis uit protestant is. Tja, ik had al eens van een bevriende dominee gehoord dat hij regelmatig uitvaarten deed waarbij verder niemand aanwezig is. Maar dan is hij er toch en één of twee vrijwilligers en wordt de overledene toch weer even de mens die hij is geweest. Een heilig werk!

Soms ook komt de familie die jaren uit beeld was, in grote getale op de begrafenis, zonder veel te weten van het leven dat de overledenen de laatste jaren heeft geleid en waar weinig fraais in valt te ontdekken: stelen om aan drugs te komen, prostitutie. Dat was het geval bij Marga, 30 jaar, naakt gevonden in een weiland, dood. De sleutel tot die levensloop komt soms in de trieste verhalen na afloop van de begrafenis of na enkele dagen als Dullaert bij de nabestaanden op bezoek gaat. Een jarenlang door de vader verzwegen verhaal van seksueel misbruik wordt dan door de oma verteld, omdat ze Marga had beloofd het nooit te vertellen zolang Marga leefde. Het gebed van oma samen met de pastor moet dan heel wat wonden helen…

Een bijzondere problematiek bood de begrafenis van de Palestijn Ibrahim Yassin, veertig jaar. Ibrahim was getekend door het Palestijnse lot en kwam naar Nederland, waar hij verslaafd raakte. Hij kwam graag naar vieringen, zag moslims en christenen beiden als ‘mensen van het boek’. Dullaert las bij de begrafenis Soera 3: 190 uit de Koran: “Niet zal ik verloren laten gaan, het werk van welke werker ook onder u , man of vrouw…”. Ook baden ze het Onze Vader. Een toevallige voorbijganger op de begraafplaats kwam erbij en bleek moslim te zijn. Hij zei een gebed in het Arabisch. Deze vluchteling had zijn vrouw in Iran verloren en had het nu op zich genomen regelmatig op de begraafplaats voor overledenen te bidden.

Het boek is een wonderlijk geheel van verhalen, doorkijkjes, hier en daar wat romantiserend en de Mokumse sfeer opsnuivend. De diepe vroomheid, heldere liturgische vormgeving en pastorale nabijheid waarbij mensen hun eigenwaarde weer vinden tegelijk met hun geloof in God, lijken me echter belangrijke richtlijnen voor pastoraat van de toekomst te bevatten. Kerk is immers niet slechts binnen de kerkmuren, maar overal waar mensen zijn.

Marcel Poorthuis
Bisdomblad Haarlem-Amsterdam, december 2010

Linktips


Werkgroep Relatie Jodendom-Christendom


Faculteit
Katholieke Theologie


Wetenschappelijke serie
Jewish-Christian Perspectives


Katholieke Raad
voor Israël


Dag van het Jodendom.nl

 
Copyright: Marcel Poorthuis (2009) - Disclaimer - Contact - Terug naar boven
Webdesign: Frank G. Bosman Consultancy