Marcel Poorthuis
 
 

Navigatie

Startpagina

Agenda

Media-optredens

Onderzoek
- lopend
- afgerond

Publicaties
- wetenschappelijk
- populair & opinie
- boeken

Artikelenserie Beeldvorming joden onder katholieken in 20e eeuw

Columns

Lezingen

Contact

Recensie: Medisch kunnen en ethische onmacht

Een bejaarde mevrouw klaagt over pijn en vraagt de dokter om er een einde aan te maken. De familie ondersteunt het verzoek. De dokter weigert en verwijst naar de regels van het ziekenhuis. Het ziekenhuis denkt aan het wetboek van strafrecht. Medische, ethische en juridische argumenten zijn hier onontwarbaar vervlochten. Een goed beeld van de huidige situatie. Zelfbeschikking! De mevrouw maakt het uit, maar daarmee is ook elke ethische discussie afgesloten. De menselijke nabijheid waar die mevrouw óók om vraagt kan de noodzaak van een ethische bezinning niet verdoezelen. Zelfbeschikking schiet te kort en maakt niet duidelijk waarom een arts daarbij moet helpen.
Er zijn veel ethische benaderingen denkbaar. Het jodendom verrast: de familie is niet de eerst aangewezene om te oordelen over dergelijke ethische dilemma’s, want hun liefde voor de persoon vertroebelt een afgewogen oordeel. De arts is echter ook niet degene die de ethische kwesties kan beslissen, aangezien zijn bekwaamheid veeleer op het technisch­medische vlak ligt, dan op levensbeschouwelijk­ethisch vlak. Een orthodox­protestantse benadering wil nog wel eens de bijbel als bron voor ethiek naar voren halen, begrijpelijk, alhoewel juist daar de voorbeelden verwarrend kunnen zijn. Simson sleept zichzelf en 3000 mensen de dood in, koning Saul pleegt zelfmoord, maar wie zoekt naar een morele veroordeling zoekt tevergeefs. De katholieke ethiek gaat uit van de transcendente God, maar
brengt de bijbel minder ter sprake en richt zich tot ‘ieder mens van goede wil. De bijbel als bron heeft immers voor buitenkerkelijken geen gezag, een appèl op redelijkheid wél. Daarmee verschilt de katholieke benadering weer van de joodse die geen gebruik maakt van filosofische universele categorieën, maar zich voornamelijk tevreden stelt met binnen­joodse richtlijnen.
Het goede recht van een katholieke benadering is voor de aan zelfbeschikking gehechte mens niet duidelijk. De recente schandalen over seksueel misbruik hebben het morele gezag van de kerk ook bepaald niet vergroot. Toch maken de medische mogelijkheden duidelijk dat alle hulpbronnen voor een ethische bezinning aangesproken dienen te worden. Wat te denken van DNA engineering? En injectering met hersenweefsel van embryo’s? Xenotransplantatie, dierlijke weefsels, op een mens? En de combinatie van mens en dier? Of
door genetische engineering vóór de geboorte ongekende sportprestaties mogelijk te maken? De vlakke opmerking: ‘dat houd je toch niet tegen”, miskent het doel van ethische bezinning: niet het wereldwijd tegenhouden van medische ontwikkeling, maar wel een maatschappelijk debat en verantwoorde eigen keuzen na een grondige confrontatie met argumenten en richtlijnen die de menselijke waardigheid centraal stellen.
Het vuistdikke Handboek Katholieke Medische Ethiek dat vandaag is verschenen verdient de aandacht. De auteurs: W. Eijk, aartsbisschop en gepromoveerd in de medicijnen en filosofie; internist in ruste dr. J. Raymakers; dr. Lambert Hendriks, docent moraaltheologie aan het seminarie Rolduc; dr. F. Hamburg, docent besliskunde aan de Hogeschool van Rotterdam, en de arts dr. F. van Ittersum en de psychiater drs. F. de Wever, de jezuïet drs. W. Biemans, in appendix de classicus drs. H. Kretzers (Rolduc) over de eed van Hippocrates. De academische wereld is bescheiden vertegenwoordigd. Het Handboek biedt veel: medische verantwoordelijkheid voor het beginnend menselijk leven, inclusief prenatale diagnostiek, (150 pp., door Eijk); verantwoordelijkheid voor het doorgeven van menselijk leven, inclusief klonen (Hendriks en Eijk), therapeutisch ingrijpen, inclusief al of niet reanimeren (Raymakers), niet­therapeutisch ingrijpen, zoals plastische chirurgie en body­builden (vanIttersum) en hersenimplantaten (Eijk en Hamburg); medische zorg bij het levenseinde (Eijk, Raymakers), sociale aspecten (Raymakers).

Bronnen van de ethiek.
Uitgangspunt is dat een eenduidige ethische beslissing mogelijk is. Geen geringe pretentie! Het was ook wel tijd voor helderheid, maar ook een pluralist heeft iets aan het handboek: het wordt nu duidelijk waarmee hij of zij van mening kan verschillen. Wat zijn de bronnen van ethische normen? De natuurwet is de belangrijkste: universeel en toegankelijk voor alle weldenkende mensen, ook al bij Cicero en Aristoteles. Geen biologische wet uiteraard, maar een morele wet op basis van het geweten. Daarnaast is er als bron het leergezag van de katholieke kerk. Zoals Eijk die omschrijft rijst er een kentheoretisch probleem: de natuurwet is door de zondeval niet langer universeel toegankelijk. Alleen paus en bisschoppen hebben daartoe nog een heldere toegang. Waarom de zondeval niet in Christus in principe is ongedaan gemaakt en waarom alle mensen gebukt gaan onder verduistering van de natuurwet uitgezonderd paus en bisschoppen, wordt niet geproblematiseerd. Dat niet­katholieken nu nog tot een juist ethisch oordeel kunnen komen, wordt onwaarschijnlijk. Deze benadering wordt ook voor een welwillende lezer niet erg plausibel.
Eijk stelt terecht dat Genesis niet letterlijk hoeft te worden genomen en dat de evolutietheorie haar eigen ­ beperkte ­ geldigheid heeft, die schepping door God niet uitsluit. Creationisme is dus niet nodig, maar het darwinisme dicteert geen ethiek, volkomen terecht. Hoe Eijk de waardigheid van de menselijke persoon afleidt uit de mens als beeld van God en dat verbindt met de Kantiaanse maxime dat de mens doel in zich is, klinkt overtuigend. De moderne filosofie komt daarentegen niet als uitdaging in beeld, maar is de boeman: is materialisme en dualisme. Onze moderne tijd gaat echter bepaald niet onder ascese en dualisme tussen ziel en lichaam gebukt. Een materialistische visie op de geest, gereduceerd tot hersenactiviteit, kan men evenmin dualistisch noemen. Eijk doelt op een dualisme tussen lichaam en persoon als de waardigheid van de persoon afhankelijk wordt gesteld van hersenfuncties zodat een embryo bijvoorbeeld nog niet een persoon is. De paradox is dat de moderne tijd enerzijds een overwaardering van het lichamelijke kent, dat evenwel tegelijkertijd als manipuleerbaar en als middel wordt beschouwd. Een complexe maar boeiende diagnose!

Menselijke waardigheid
Het betoog neemt toe in kracht waar het eenvoudigweg de intrinsieke waarde van de menselijke persoon uiteenzet. De socialiteit van de mens krijgt eveneens nadruk in de katholieke leer, meer dan in het individuele zelfbeschikkingsrecht, dat als laatste norm voor de moderne samenleving geldt. Zelfs de sociaal­contracttheorieën van een Hobbes en Locke baseren zich op individueel eigenbelang, in plaats van op algemeen welzijn.
Het handboek wordt spannend bij concrete ethisch kwesties. De aanvankelijk anti­ moderne geest maakt plaats voor een deskundige presentatie van de modernste medische verworvenheden, zonder enig anti­technisch sentiment, waartoe theologen nog wel eens willen neigen. Die staalkaart van medische mogelijkheden is van grote waarde. Vervolgens wordt met Angelsaksische precisie de vraag naar de ethische dimensie gesteld. Essentiële ethisch maatstaf: de mens mag nooit instrumenteel, als middel worden gebruikt. Bepaald niet alles is in dit licht verboden: zo kan óverbehandelen net zo goed instrumentalisering van de mens zijn als het staken van een levenreddende behandeling. De deugd van de prudentie (verstandigheid) wijst hier het juiste midden. Een risicovolle behandeling van een foetus is toegestaan als het therapeutisch voordeel direct het kind zelf ten goede komt. Als het gaat om
experimenten voor veel latere toepassing wordt het beginnend menselijk leven weer instrumenteel benaderd. Een eventueel offer voor toekomstige generaties mag niet aan hetongeboren leven worden opgelegd, want kan alleen uit vrije wil worden gebracht. Ook zijn ouders niet de ‘eigenaar’ van de foetus.
Het oude katholieke onderscheid tussen ‘gewone’ medische middelen en de niet verplichte ‘buitengewone medische middelen’ is met de vooruitgang van de techniek niet helder meer. Het Handboek spreekt over proportionaliteit: de behandeling moet proportioneel zijn aan het verwachte resultaat. Als een zware bestraling veel ellende voor de patiënt oplevert en nauwelijks levenverlengend zal zijn is zo’n behandeling niet geboden.
Ethische bezinning is geen rem op de vooruitgang, maar dient zelf ‘bij de tijd’ te zijn. De toekomstige mogelijkheden tot kloneren zijn duizelingwekkend: therapeutisch klonen, reproductief klonen, modificatie van cellen door kerntransplantatie, transformatie van cellen tot stamcellen, parthenogenese. Ingrijpen in de DNA structuur wordt door Eijk niet afgewezen op grond van de scheppingsorde, zoals sommige protestantse theologen doen die de Schrift als (te) directe bewijsplaats gebruiken. Het gaat om de menselijke waardigheid. Zo mogen we geen slavenras kweken dat zijn geluk vindt in het dienen van zijn meester, al is het waar dat aan het criterium van het utilisme: zoveel mogelijk geluk vermeerderen, ruimschoots wordt voldaan! Het prenataal ‘repareren’ van een gen komt het kind wel direct ten goede en is geen verandering van de persoon; daarvoor kan dus ruimte zijn.
De uitvoerige uiteenzetting over voorbehoedsmiddelen door Lambert Hendriks bevat weinig nieuws. Er waren bisschoppen ten tijde van Humanae Vitae tegen een absoluut verbod op voorbehoedmiddelen, maar het waarom krijgt de lezer niet te horen. Dat is onverstandig, want nu wordt gesteld dat het gebruik van condoom geheel tegen de katholieke leer zou zijn. De recente concessie van paus Benedictus XVI dienaangaande moet dan wel voor de auteur als een aardschok komen. Het gaat hier om een keuze voor het moreel mindere kwaad – zo ongeveer dat je een ruit mag inslaan om een brand te blussen in plaats van het huis laten afbranden. Dat principe lijkt overigens in het handboek te worden afgewezen (p. 81, 173). De katholieke nadruk op de band tussen seksualiteit, trouw en liefde blijft wel onverkort geldig en sluit aan bij het moderne personalisme.

Voor wie is het Handboek? Samenwerking tussen arts, pastor, patiënt, familie en ethische commissie vormen een noodzakelijke bemiddeling tussen handboek en praktijk. Dit boek zal vooral die lezers bereiken, ­ en daartoe reken ik mijzelf ­, die menen dat onze samenleving in ethische zaken toenemend voor grote vraagstukken staat waarop ze steeds minder een antwoord heeft. Deze verantwoordelijkheid aan de medische wetenschap alleen overlaten betekent een jammerlijke verwarring van technische kennis met ethische bezinning. Alle spirituele en religieuze bronnen zijn nodig om in samenspraak met medische wetenschap helderheid te krijgen. Het laatste woord staat daarom zeker niet in dit boek: maar wel voor
velen het noodzakelijke eerste woord!

Handboek Katholieke Medische Ethiek, Verantwoorde gezondheidszorg vanuit katholiek perspectief,
Parthenon Almere, ISBN: 9789079578115, gebonden, 560 p., € 49,50.

Linktips


Werkgroep Relatie Jodendom-Christendom


Faculteit
Katholieke Theologie


Wetenschappelijke serie
Jewish-Christian Perspectives


Katholieke Raad
voor Israël


Dag van het Jodendom.nl

 
Copyright: Marcel Poorthuis (2009) - Disclaimer - Contact - Terug naar boven
Webdesign: Frank G. Bosman Consultancy